Schopenhauer
2 October 2005
By on 20:47

Samenvatting van de filosofie van Schopenhauer

Leven

Schopenhauer was een Duitse filosoof die in feite één werk geschreven heeft, “De wereld als wil en voorstelling”, maar dit jeugdwerk uit 1819 nadien is blijven aanvullen: omdat hij ervan overtuigd was dat hij met dit werk het wereldraadsel had opgelost dat alle volkeren in alle tijden had beziggehouden, zou men hem zijn eigen Talmoedist kunnen noemen. Schopenhauer verwierp valse bescheidenheid en beschouwde zichzelf de grootste filosoof uit de geschiedenis, samen met Plato en Kant. Hij was tijdens zijn leven ziekelijk verbitterd dat zijn werk ondanks de genialiteit ervan niet eens aandacht kreeg en streed z’n leven lang tegen de academische filosofie en de professoren, met name Hegel die wel veel succes en aanzien had, waarbij Schopenhauer zichzelf roemde om z’n onafhankelijkheid in tegenstelling tot de ‘broodfilosofen’ (of staatsfilosofen) als Hegel. Schopenhauer kon dat makkelijk zeggen want hij was de zoon van een succesvol zakenman en heeft z’n hele leven kunnen teren op diens erfenis; hij zou daarbij besloten hebben z’n leven te vullen met het denken over het leven. Aan het eind van z’n leven kreeg hij toch nog enige erkenning doordat een boekje met wat levenswijsheden uit z’n laatste werk, “Parerga en paralipomena” (toevoegsels en uitlaatsels) een bescheiden verkoopsucces werd. Mogelijk speelt hierbij een rol dat men pas later in de 19de eeuw ontvankelijk werd voor dergelijke pessimistische filosofie doordat men teleurgesteld raakte in het resultaat van de Europese revoluties. Hoe dan ook, Schopenhauer was enorm in z’n nopjes met dit eerste succes: niet veel later zou hij (naar het schijnt vredig) sterven.

Positie

Hij heeft echter altijd een relatief unieke positie in de filosofiegeschiedenis gehouden. Zijn filosofie is een onwaarschijnlijke mix van Engels empirisme en Indiase mystiek (in de tijd van Schopenhauer kwamen de door Schopenhauer zeer hoog geprezen Upanishaden, de filosofische bronteksten van het brahmanisme, in vertaling beschikbaar). Ondanks z’n ‘onafhankelijkheid’ en uniciteit staat Schopenhauer, in retrospect gezien, duidelijk in de Duitse romantische en/of idealistische traditie (samen met z’n aartsvijanden als Fichte, Schelling en Hegel met wiens denksystemen de zijne sowieso meer gemeen heeft dan hij wilde toegeven[1]). Al gaf hij hoog op over zijn (natuur)wetenschappelijke kennis, Schopenhauer was vooral een classicus en een zeer begenadigd literair schrijver die bovendien vele talen zeer goed beheerste en werken uit allerlei landen las. Hij bewonderde daarbij de literaire stijl van de Engelse filosoof Hume die hij wilde imiteren. Dat literaire talent had hij gemeen met z’n moeder (die vele beroemde schrijvers en kunstenaars over de vloer kreeg waaronder Goethe), maar met wie Schopenhauer z’n leven lang op voet van oorlog stond, hetgeen z’n diepe verachting van vrouwen zou verklaren.

Kant

Maar zijn grote held was Kant: Schopenhauer beschouwde Kants “Kritiek van de zuivere rede” als een absoluut meesterwerk en het enige mogelijke startpunt voor de verdere ontwikkeling van de filosofie. Hij wees om die reden dan ook de idealistische metafysica van Fichte, Schellling en Hegel rigoreus af want deze mannen hadden Kants werk niet serieus genoeg genomen en aldus de filosofie belazerd met hun fantastische gedachtenbreisels[2]; Schopenhauer beschouwde zichzelf als de grootste Kant-kenner en als de enige echte erfgenaam van diens leer. Maar toch zou ook Schopenhauer in zekere zin verder gaan dan Kants transcendentale kritiek toestond en een metafysica ontwikkelen. Ik zal schetsen hoe hij dat deed.

Kennisleer

Schopenhauer nam in de eerste plaats van Kant over dat geen wetenschappelijke kennis van het wezen der dingen mogelijk is: alle dingen doen zich aan ons voor als verschijning waarbij de geest zelf er het kenniskarakter aan ontleent door middel van de aanschouwingsvormen ruimte en tijd en de verschillende denkbegrippen/categorieën. De wetenschap beschrijft dus alleen de wereld als verschijning. Schopenhauer versterkte nog het idealistische karakter van de menselijke kennis: de wereld is mijn voorstelling (in plaats van slechts verschijning). Bovendien bracht hij de categorieën terug tot één: causaliteit. De kennis van de wereld en daarmee de kenbare wereld zelf is dus slechts de causale ordening in tijd en ruimte door onze geest. Een ander verschil met Kant is dat Kant het verstand als actief denken opvatte, maar bij Schopenhauer slechts een aanschouwend karakter heeft (bewustwording van de zintuiglijke indrukken) dat dieren ook hebben: de kennisleer van Schopenhauer berust op een sterk materialistische ontologie van de kenbare wereld. Alleen de mens beschikt boven dit zogenoemd intellectueel kenvermogen over de rede die tot oordelen in staat is (logica), maar die misleidt ons eigenlijk alleen maar: het menselijk verstand is slechts een hulpmiddel om onze (dierlijke) doelen te bereiken en niet geschikt voor ‘hogere’ zaken als oordelen. Waar Kant als typische Verlichtingsdenker de menselijke rede zeer hoog aansloeg, wordt bij Schopenhauer als typische romantisch denker de rede geheel ondergeschikt gemaakt aan de irrationele lusten.
In het bijzonder hanteerde Schopenhauer een viervoudige grond voor de wereld als voorstelling (als antwoorden op de vraag “waarom?”): een fysische, een logische, een wiskundige en een motivationele grond. Het zijn dan ook deze vier gronden die de wetenschap ter beschikking staan om de wereld (als voorstelling) te beschrijven en verklaren. Waar de intellectuele aanschouwing op grond van tijd, ruimte en causaliteit op het beginsel van worden ziet (fysica), zo ziet de zuivere aanschouwing op grond van louter de aanschouwingsvormen van tijd en ruimte zelf op het beginsel van (a priori) zijn hetgeen het gebied van de wiskunde is.

Metafysica

Ondanks Schopenhauers trouw aan Kant overschreed hij (in zekere zin) de grens die Kant aan de menselijke kennis had gesteld en wel als volgt: juist omdat wij behalve gekend object ook kennend subject zijn, kunnen wij d.m.v. zelfbewustzijn iets van het wezen van onszelf en de wereld, dus Kants Ding-an-sich, leren kennen (het menselijk bewustzijn vormt zo de ‘wereldknoop’). Immers, als subject ervaren we onszelf als wil. En intuïtie en scherp waarnemingsvermogen leren ons dat een dergelijke wil aan alle dingen ten grondslag ligt. Zo zijn alle natuurwetten op te vatten als uiting van (zwak en monotoon) willen. In het organische springt de alomtegenwoordige wil tot leven in het oog. En elk mens wordt geleid door motieven. De wil is het sterkst in de mens. Het wezen van alle dingen is dus: wil. Let wel: Schopenhauer handhaafde Kants inzicht dat de oergrond in wezen onkenbaar is, maar rechtvaardigde de benaming wil voor dat onkenbare doordat deze kracht of lust zich in de mens als subject manifesteert als wil en wij in analogie kunnen aannemen dat er een dergelijke kracht in alle dingen schuilgaat. De Wil waar Schopenhauer over spreekt is dus een metafysische wil die wij als zodanig niet direct kunnen ervaren[3].
Omdat deze Wil het wezen en niet de voorstelling van de wereld is, zijn de kenvormen niet van toepassing en is dit wezen dus tijdloos, ruimteloos, ongedetermineerd, blind (onbewust), duister en zonder doel. Een ander zeer belangrijk verschil tussen wezen en voorstelling is dat de Wil één is: niet alleen tijd, ruimte en causaliteit zijn in zekere zin ficties, ook het individuele en de veelheid zijn illusies en een product van onze voorstelling van de wereld.
De Wil wil onder meer zichzelf manifesteren, dus zichzelf objectiveren en doet dat door middel van de materie. De eindeloze Wil heeft nooit genoeg en doorloopt zo verschillende objectiveringstrappen in zijn ontwikkeling van molecuul tot mens. Bij elke trap komt er een nieuw element bij en ontstaat er een strijd met de lagere objectiveringsvormen om heerschappij over de materie. Zo is de mens met zijn geest de hoogste trap van de Wil die strijdt met de lagere materievormen. Schopenhauer verwerpt overigens daarbij het cartesiaans dualisme, want de Wil objectiveert zich bij de mens louter als lichaam met hersenfunctie (materialisme): de wereld van Schopenhauer is niet die van geest en lichaam, maar die van wil en voorstelling of van subject en object (men zou zijn theoretische filosofie beknopt kunnen karakteriseren als de combinatie van transcendentaal of kennistheoretisch idealisme, metafysisch vitalisme en ontologisch materialisme). Ook is de Wil zo begerig dat het de strijd tussen individuen veroorzaakt. De Wil is bovendien onverzadigbaar: wat het ook bereikt (ook: wat de individuele mens ook bereikt) het is nooit tevreden en wil altijd meer. De Wil moet vanwege zijn oneindige drift wel zichzelf bestrijden. Zo is de Wil de schepper en vernietiger van alle dingen en de bron van eindeloos strijd en leed in de wereld. Zelfs in de meest rustige en vredige periodes in zijn leven wordt de mens in ieder geval nog heen en weer geslingerd tussen zwoegen en verveling en blijft het leven ellendig. De wereld is dus een hel: dit is Schopenhauers befaamde metafysisch pessimisme. Zijn indringende literaire schilderingen van het eindeloze menselijk leed behoren tot de hoogtepunten van de westerse literatuur.

Vrijheid

Schopenhauer was het met Kant eens dat de moraal geen wetenschappelijke kennis is, want niet gebonden aan de kenvormen van tijd, ruimte en causaliteit. Juist omdat de mens zelf behalve object van kennis ook subject is, dus zelf het Kantiaanse Ding-an-sich is, is de mens als subject in zijn handelen niet causaal gedetermineerd. Alleen als object van kennis/wetenschap is het menselijk handelen gedetermineerd want onderworpen aan het causaliteitsbeginsel. Maar er is een belangrijk verschil met Kant. Kant en andere christenen zien in de vrije wilsbeschikking van het subject het fundament van de moraal (bij Kant is het moreel handelen dat zich onttrekt aan de lust als drijfveer dan ook ‘transcendentaal’). Schopenhauer erkende daarentegen wel de wil als grondslag van het handelen maar niet diens vrijheid. Het is weliswaar zo dat de mens “kan doen wat ie wil”, maar in feite moet hij zelfs doen wat ie wil, want de Wil is de oergrond van alle dingen. Daarmee is niet gezegd dat de mens kan kiezen wat hij wil want dat kan hij nu juist niet. Schopenhauer is de eerste in de westerse cultuurgeschiedenis die de wil als onvrij en onbewust interpreteert en zo een zeer oorspronkelijke bijdrage aan het determinisme vs vrijheid-debat gaf.
Schopenhauer heeft zich overigens uitdrukkelijk nooit met politiek bezig willen houden (net als bijvoorbeeld Einstein gaf hij de voorkeur voor kennis van het eeuwige boven het tijdelijke van de politiek), maar hij kan qua politieke positie gekenschetst worden als een liberaal-conservatief: hij wilde dat de overheid zich zo weinig mogelijk met de burgers bemoeide en hij had een hartgrondige hekel aan revolutionairen. Het kan zijn dat dit deels werd ingegeven door zijn angst z’n privé-kapitaaltje te verliezen, maar evengoed verhinderde z’n metafysisch pessimisme enig geloof in wat voor politieke heilstaat dan ook en z’n liberalisme was oprecht: zo hield hij zich – net als Plato – ook opzettelijk afzijdig van theologie want “Wij filosofen bemoeien zich niet met de goden, op voorwaarde dat de goden ook ons filosofen met rust laten”[4]. Vrijheid in de zin van onafhankelijkheid was voor Schopenhauer derhalve van cruciaal belang[5]. De marxisten hebben Schopenhauer altijd verguisd als de bourgeois-filosoof bij uitstek, maar sinds links in recentere tijd vooral een romantische beweging is geworden spreekt Schopenhauers combinatie van romantiek, idealisme en materialisme ook steeds meer linkse geesten aan.
We zullen zien dat Schopenhauer de grondslag van de idealistische filosofie van Kant overnam, niet om zoals Kant daardoor ruimte te maken voor vrijheid, moraal en religie, maar om zo ruimte te krijgen voor kunst, een ascetische moraal en mystiek.

Ethiek

Schopenhauers filosofie heeft geen moraal in de zin dat het allerlei plichten leert. Wel verklaart het de moraal en laat het zien waartoe het een en ander leidt.

De eerste stap: kunst

De wetenschap beschrijft onze voorstelling van de wereld. De taak van de kunst is echter om het wezen van de wereld te tonen. Dit doet het genie door middel van de platoonse ideeën: vanuit de intuïtie toont hij het eeuwige in de dingen, dat is in feite de Wil in al zijn manifestatievormen. Het geniale zit erin dat de kunst een onmogelijke taak lijkt te hebben: het moet zich bedienen van voorstellingen van afzonderlijke dingen/individuen om juist het enige, universele wezen te tonen. Alleen het genie slaagt daarin (bv in een portret van een individu waarin zich de universele trekken van de Mensheid toont). Hoe universeler de strekking van het kunstwerk, hoe hoger de kunstvorm. De tragedie, als artistieke uitdrukking van het metafysisch pessimisme, is de hoogste kunstvorm onder de gewone kunsten. De muziek neemt onder de kunsten een unieke en in zekere zin de hoogste positie in, want alleen de muziek is zo abstract dat het geen (verwijzende) voorstelling is, maar de directe afspiegeling van de Wil zelf.
Doordat de kunst zich zo losmaakt van het individuele en het subjectieve, deze ontstijgt en het eeuwige wezen der dingen toont is kunst het volstrekt objectieve kennen. Juist in dit belangeloze aanschouwen verdwijnt even de dwingende subjectieve wil en is de mens bevrijd (“in een andere wereld”), in harmonie met zichzelf en de wereld en in een toestand van rust en gelukzaligheid (volgens Schopenhauer is geluk trouwens niets anders dan de afwezigheid van pijn). Kunst en filosofie verhouden zich daarbij als empirie en wetenschap: de oorspronkelijke esthetische ervaring wordt in de filosofie getransformeerd tot verstandelijk inzicht.

De tweede stap: deugd

Maar kunst biedt slechts een tijdelijke ontsnapping aan de tirannie van de Wil. Deugd is volgens Schopenhauer een hogere trap van schoonheid en de volgende stap naar verlossing: waar kunst het kennen/aanschouwen van het wezen van de wereld betreft, betreft deugd het handelen naar het wezen van de wereld. Alle moraal komt immers neer op het behandelen van de medemens (en de dieren zoals de hindoes terecht toevoegen) zoals je zelf behandeld wil worden, dus op identificatie met de ander en dus op medelijden (want al het leven is lijden): het lijden van de ander wordt jouw lijden. De goede mens beseft intuïtief dat heel het lijden van de wereld zijn lijden is en handelt daarnaar. Tegenover de wetenschap die de wereld slechts opvat als voorstelling (en dus mensen alleen als tijdelijke individuen ziet) en die de moraal niet kan vatten of leren, staat de moraal die de eenheid van de wereld en het eeuwige leven leert. Waar het goede de bevestiging van het eeuwige wezen is, is het kwade de ontkenning daarvan: de mens die het eeuwige ontkent ziet zichzelf louter als tijdelijk individu en is daarom egoïstisch en jaagt hij louter het genot na. Maar deze slechte mens misleidt in feite zichzelf, niet alleen omdat hij in de illusie van de wereld als voorstelling leeft maar ook omdat genot en pijn twee kanten van dezelfde medaille zijn: de kweller en de gekwelde zijn in wezen dezelfde.

De derde stap: ascese

De laatste stap naar verlossing is de ascese. De goede mens verkleint wel het lijden in de wereld, maar tast de Wil als grond van het lijden zelf niet aan: bij zijn dood sterft wel zijn voorstelling van de wereld maar niet zijn wezen, dat is zijn wil. En die Wil zal leven en dus lijden blijven genereren. Alleen d.m.v. ascese gaat de wil en dus de bron van alle ellende ten onder: niet alleen handelt de ascetische mens naar het inzicht dat hij als individu nietig en een illusie is, dus als een goed mens, maar hij laat zijn wil tevens versterven door niet aan zijn wil te gehoorzamen en zelfs daarbij zijn lichaam als geobjectiveerde manifestatie van zijn wil, te bestrijden. Als hij dan sterft, dan sterft niet alleen zijn voorstelling van de wereld, maar is ook zijn wezen gestorven en is hij verlost van de eeuwige rad der wedergeboorte zoals de hindoes en boeddhisten zouden zeggen. Bovendien is met het versterven van de Wil – vanwege de eenheid van de Wil – (in zekere zin) de gehele wereld opgehouden te bestaan.

De vernietiging van de wereld

Het doel nu van deze ethische trap is deze vernietiging van de wereld: wat overblijft is dan slechts het Niets (vergelijkbaar met het nirvana in de oosterse religies). Mensen die nog leven naar hun wil vinden dit Niets angstaanjagend, maar omgekeerd geldt hetzelfde: voor de mens met het ware inzicht is juist onze wereld het Niets (want slechts schijn of samsara zoals de hindoes zeggen) en een hel.
Het ironische hierbij is bovendien dat juist de manifestatie van de Wil waarbij de wil het sterkst is, dat is de mens, deze Wil in de objectiveringstrap waarbij de geest verschijnt het mogelijk maakt zich los te maken van de wil en in een objectieve contemplatie over te gaan en uiteindelijk zelfs – via ascese – de Wil en daarmee de oergrond van de wereld te vernietigen. Alleen de mens kan dus zijn Vader vernietigen.

Christendom

Met Hegel heeft Schopenhauer gemeen dat hij atheïst was, maar desondanks zijn leer beschouwde als de filosofische weg naar de kernwaarheden en -waarden van het christendom. Schopenhauer gaf met zijn filosofie een expliciet boeddhistische interpretatie van het christendom. Voorzover het christendom waarheid leert zag hij dan ook geen verschil met het brahmanisme en boeddhisme; het christendom bevat daarnaast echter ook veel onzin. Hij was van mening dat de westerse cultuur was blijven steken in de joodse moraal en dat zijn filosofie de eerste echte christelijke filosofie was in tegenstelling tot de “joodse mythologieën” van de andere filosofen. Zoals anderen al eerder hadden gedaan (ik denk aan sommige gnostici aan het begin van de jaartelling) plaatste Schopenhauer het jodendom (het Oude Testament) en het christendom (het Nieuwe Testament) lijnrecht tegenover elkaar: het realisme en optimisme van het jodendom (dat leugen is) als tegengestelde van het idealisme en pessimisme van het christendom (dat waarheid is). De enige waarheid van het Oude Testament is de zondeval als symbool van de ellende van het bestaan, dus als het metafysisch pessimisme.
In tegenstelling tot de joodse wereldopvatting zouden Jezus en andere christelijke heiligen, maar natuurlijk ook de oorspronkelijke Boeddha en andere oosterse wijzen, het inzicht hebben gehad dat hun individuele bestaan en de hele wereld in tijd en ruimte slechts illusie is en dat hun wezen identiek is met het wezen van alle andere mensen en dingen. Daarom hanteerden zij de ethiek dat het wel en wee van alle mensen en dingen hun persoonlijke wel en wee is. Ook doorzagen zij dat alle leed in de wereld veroorzaakt wordt door die illusie en het individuele (egoïstische) willen en dat het lijden van de mensheid de natuurlijke straf is voor deze zonde. Daarom wordt terecht gezegd dat Jezus de zonden en het lijden van de hele mensheid op zich nam. Zoals we inmiddels weten is de enige verlossing de ontkenning van deze wereld in tijd en ruimte, hetgeen bij Jezus heeft geresulteerd in het ‘verplaatsen’ van Gods Koninkrijk van de uitwendige hemel naar het hart, het innerlijk van de mens, en in de ontkenning van het individuele willen, hetgeen resulteert in het medelijden, het de ander niet aandoen wat je niet wilt dat je zelf aangedaan wordt en de ascese. Door ascese en zelfverloochening versterft de Wil, zodat alleen hij die werkelijk afstand gedaan heeft van al zijn wereldse bezittingen en neigingen werkelijk ophoudt te bestaan bij zijn dood en verlost wordt van de wedergeboorte in onze helse wereld vol zonde en pijn. Daarom liet Jezus zich gewillig aan het kruis spijkeren en omdat in hem de wil verstorven was is in hem in zekere zin de gehele wereld opgehouden te bestaan. Zo kan men zeggen dat Jezus met zijn dood de hele mensheid heeft verlost van de wereld. Ten aanzien van de goddelijkheid van Christus, die vernietigt wat de oorspronkelijke god geschapen heeft (Schopenhauer hield ervan te zeggen dat het eerder een duivel moet zijn geweest die deze wereld heeft geschapen), zouden de hindoes zeggen dat Christus de avatar van de Schepper is.

Onsterfelijkheid

Het moet nu duidelijk zijn dat Schopenhauer wel geloofde in een soort onsterfelijkheid van de ziel maar niet in een leven na de dood zoals de meeste christenen die zich voorstellen. Zoals we gezien hebben is het wezen van alle dingen, dus ook het wezen van de mens en dat is de Wil, (in beginsel) onvernietigbaar en dus onsterfelijk en eeuwig. Als je de ziel opvat als het levensbeginsel dat de Wil is, dan kun je dus inderdaad zeggen dat de ziel onsterfelijk is. De Wil is immers eeuwig. Maar mensen verwarren eeuwigheid, dat een bestaan buiten de (aanschouwingsvorm) tijd betekent, met duurzaamheid, dat zich in de (aanschouwingsvorm) tijd afspeelt. Dit betekent dat niets van de individuele mens, dus ook zijn geest niet, na zijn dood blijft voortleven, want leven en dood van het individu spelen zich af in de illusoire wereld van de voorstelling en daar is alles tijdelijk en vergankelijk. Hij wees er daarbij op dat het niet-zijn voor je geboorte in feite net zo’n wonder is als het niet-zijn na je dood. Net als Parmenides stelde Schopenhauer dus: elk werkelijk bestaan is een eeuwig bestaan, maar in onze wereld van voorstellingen in ruimte en tijd is alles onderhevig aan ontstaan en verval.

Invloed

De invloed van Schopenhauer is groot geweest. Vooral kunstenaars werden aangetrokken tot Schopenhauers romantische en irrationalistische metafysica. Onder meer Wagner was idolaat en las elke avond uit het werk van Schopenhauer, maar ook bijvoorbeeld Tolstoj, Proust en Mann waren beroemde bewonderaars. Zoals verteld werd de filosofie van Schopenhauer aanvankelijk niet opgemerkt in filosofische kringen. Bij toeval kreeg de jonge Nietzsche het hoofdwerk van Schopenhauer in handen, hetgeen een verpletterende indruk op hem maakte en hem (en mede via hem ook de wereld) blijvend zou veranderen: al keerde hij zich later van Schopenhauer af, zijn hele filosofie is in wezen een antwoord op Schopenhauer. De eveneens zeer invloedrijke leer van het onbewuste van Freud lijkt een psychologische transformatie van Schopenhauers leer van de metafysische Wil te zijn. Schopenhauer heeft sowieso een belangrijke voorbereidende rol gespeeld voor de moderne psychologie, omdat hij zich in zijn werk een zeer scherpzinnig psycholoog toont die als geen andere filosoof het belang van de liefde en andere menselijke drijfveren besefte en uitvoerig deze drijfveren analyseerde en beschreef. Ook vormt zijn werk een belangrijke voorloper van de moderne evolutiebiologie, waarbij het frappant is hoe goed zijn ideeën over de evolutie overeenkomen met die van de moderne biologen.
In de eerste helft van de 20ste eeuw zou de invloed van Schopenhauer op de filosofie en de cultuur een hoogtepunt bereiken: onder meer de twee meest geprezen filosofen in die tijd, Bergson en Wittgenstein, waren sterk door Schopenhauer beïnvloed (en de jonge Hitler nam als soldaat Schopenhauers hoofdwerk mee naar het front). Men kan zelfs zeggen dat het irrationalisme, voluntarisme, vitalisme en de mystieke wereldopvatting zoals dat in met name Schopenhauer z’n wortelen had de Europese intellectuele cultuur vóór WO II domineerde (maar niet in de academische filosofie waar Schopenhauer altijd een buitenbeentje is gebleven en de meer systematische Hegel bleef domineren). Na WO II nam de invloed af, maar nog altijd is het hedendaags denken mede door de filosofie van Schopenhauer gevormd. En nog altijd zijn de teksten en ideeën van Schopenhauer sterk genoeg om bij menigeen die voor het eerst een werk van Schopenhauer leest een verpletterende indruk te kunnen maken.

Noten:
[1] De grote overeenkomst is dat zij allen vertrokken vanuit Kants transcendentaal idealisme en sterk romantische trekken hadden, het grote verschil is dat met name Fichte en Hegel een expliciet metafysisch idealisme ontwikkelden waarbij de geest de werkelijkheid vormt en het wezen van de werkelijkheid daardoor kenbaar is geworden (bij Fichte door eliminatie van Kants Ding-an-sich ‘subjectief idealisme’, bij Schelling door de oorsprong van de geest bij de natuur te leggen ‘objectief idealisme’ en bij Hegel vanwege zijn oplossende en verheffende dialectiek van beide vormen van idealisme ‘absoluut idealisme’ geheten), terwijl Schopenhauer trouw bleef aan Kant door elk metafysisch idealisme te verwerpen en er vervolgens een duistere, vitalistische metafysica voor in de plaats te stellen.
[2] Zie voetnoot [1]
[3] Ik zal in dit opstel het woord ‘wil’ in meer psychologische of gewone zin met kleine letter en in meer metafysische zin met hoofdletter schrijven.
[4] Vanzelfsprekend zullen de marxisten dit omkeren en als meer waarschijnlijke verklaring poneren: omdat Schopenhauer een privé-kapitaaltje had, ontwikkelde hij een liberaal standpunt en een metafysisch pessimisme.
[5] Zoals in het begin al verteld zag Schopenhauer hierin een groot verschil tussen zijn positie en die van Hegel, hetgeen juist was: niet alleen was Hegel feitelijk de staatsfilosoof van Pruisen, waarbij Pruisen door Hegel werd voorgesteld als de absolute, laatste staat, maar Hegel pleitte ook expliciet voor staatscontrole over de filosofie.

2 Responses to Schopenhauer

  1. Interessant stuk

  2. Heb in de 70er jaren met LSd gexebxperimenteerd en het was fantastisch. Nooit een bad trip gehad.
    We hadden er wel een ritueel voor dat alles in huis spic and span was of buiten in een prettige omgeving, dus nooit in de kroeg of met anderen samen. Ik heb er veel van geleerd door bepaalde diep religieuze ervaringen.

  3. Wat ikzelf wel leuk vind aan deze tekst is dat eruit blijkt dat je vanuit beschouwingen over een vermeend marginaal iets als LSD direct wetenschappelijk en filosofisch alle kanten kunt uitvliegen, van politieke bewegingen tot allerlei ziekten en van de evolutieleer tot kunstmatige intelligentie, waarbij alles met alles verbonden is. Zo beschouwd laat deze tekst zich zelf lezen als een soort LSD-trip.

  4. Ik vind dit een goede, complete inleiding tot het werk van Schopenhauer. Je hebt de hoofdpunten van zijn filosofie met liefde uitgelegd.

    Onder ´positie´schrijf je: ´hetgeen z’n diepe verachting van vrouwen zou verklaren.´Dat moet natuurlijk zijn:´hetgeen z’n diepe verachting voor vrouwen zou verklaren.´
    Verder vind ik het woord ´wortelen´vreemd.Onder het kopje ´invloed´.
    Het stuk over het christendom, volgens Schopenhauer, vind ik erg goed uitgelegd.
    Ik ben toch wel een beetje jaloers op je belezenheid. :?

    Wat jammer dat niet meer mensen je opstellen lezen. Ik denk dat het alles te maken heeft met de lengte van je schrijfsels.

  5. Ik ben onder de indruk. Dat je zoveel informatie naast elkaar durft te noemen. Toch bleef ik vaak geboeid en ik herkende veel van wat ik zelf heb gelezen de afgelopen jaren. Goed geschreven dus want er zijn weinig teksten van deze lengte die mensen uitlezen ;)
    Blijf vooral doorschrijven want zolang je zelf wat ontdekt, connecties tussen gedachten, zoals bij lsd, kun je heel veel ideeen overbrengen. Erg goed dat je steeds een bron van je gedachten noemt. Behalve het einde, daar heb ik andere ideeen over. Maar dat is toekomstperspectief filosofie ;)
    Succes!

  6. Je bent een genie.
    Ik ga LSD gebruiken. Binnen nu en een jaar.

  7. Mooi artikel — uit mijn hart gegrepen. Ik ben ook altijd hevig geinteresseerd geweest in entheogene drugs, en men name de vragen die zij opwerpen over ons bewustzijn, onze geest etc. etc.

    Heb je wel eens van DMT gehoord? Dat is een natuurlijke hallucigene stof, met absoluut unieke eigenschappen. Het veroorzaakt de rijkste en heftigste trips die je je kunt voorstellen, gevuld met de meest bizarre beelden en wezens. Kun je bij een LSD-trip je hallucinaties nog wel “thuisbrengen”, en terugherleiden tot informatie en beelden waarvan je weet dat die wel ergens in je hoofd moeten zitten (zoals je dat bij dromen bijvoorbeeld ook kunt doen); onder invloed van DMT wordt je geconfontreerd met zeer gedetailleerde beelden die bijna buitenaards lijken te zijn, en die je op geen enkele manier aan je eigen bewustzijn kunt linken. Bij geen enkele stof is de illusie(?) dat je in contact treedt met andere bewustzijnsvormen zo sterk als bij DMT. Nog veel bizarder: gebruikers van DMT komen nagenoeg allemaal in deze “mindspace” terecht. Als er een collectief bewustzijn bestaat, dan zou DMT daar wel eens de sleutel voor kunnen vormen. Nog veel vreemder: DMT blijkt van nature in haast ieder eco-systeem voor te komen. Het zit in bomen en in gras; het zit ook in ons lichaam, en wordt herkend door ons afweersysteem — een van de redenen dat DMT-trips maar erg kort duren.

    Er is nog niet zo lang geleden, in Amerika(!), een gedegen klinisch onderzoek naar DMT gedaan, door ene Dr. Strassman. Hij heeft er een fascinerend boek over geschreven: ‘DMT: The Spirit Molecule’.

  8. Ha Lagonda!
    Leuk dat je mijn weblog hebt bezocht! Allereerst mijn complimenten voor jouw teksten op je eigen weblog en op Frontaal Naakt die ik met veel plezier lees! Ik acht je een groot schrijver met prettige (politieke) opvattingen.
    Jazeker heb ik van DMT gehoord (ik noem dit middel ook een keer in mijn tekst). Er schiet me daarbij even een LP-hoes te binnen van een compilatie-LP met van die obscure punkrockbandjes uit de jaren ’60 erop (uit de serie Pebbles of zo): op de hoes staat een typisch jaren ’60-punk getekend met een spuit in z’n arm met de letters DMT op die spuit (hetgeen ik toen ik 16 was en die muziek verzamelde wel stoer vond). Maar ik heb ook wel eens gelezen dat DMT vooral een soort yuppie-LSD was omdat de trip zo kort duurde en de dagelijkse bezigheden en verplichtingen dus niet zo verstoorde. Dat het spul zeer heftig is, is beslist waar.
    Wat betreft je opmerking over een collectief bewustzijn en lichaamseigen stoffen: dat doet me denken aan een tekst over het ontstaan van de westerse kunstmuziek die ik toevallig gisteren heb gelezen (in “Geschiedenis van de westerse muziek”, bij Kruidvat te bestellen). Daarin is beschreven hoe ‘kosmisch’ de Grieken muziek opvatten (denk ook aan de “harmonie der sferen”): niet alleen geloofden de Grieken dat muziek de wetten der kosmos weerspiegelt, ook zou men door muziek te maken de kosmos kunnen veranderen (zodat muziek een religieuze aangelegenheid was). Dit magisch denken is natuurlijk kenmerkend voor alle oervolkeren en onder meer dr. C.H. van Os heeft in een erg leuk boekje “Moa-moa” (dat zich laat lezen als een soort voorloper van de new science van Capra en Zukav) een ontwikkeling geschetst van een magisch, mystiek en zelfs psychedelisch ervaren van de werkelijkheid bij de archaxefsche mens (waarbij de mensen voortdurend in een toestand van half-slaap en een collectieve trip of droomtoestand moeten hebben geleefd) naar het rationalisme en individalisme die wij kennen (en volgens Van Os wijzen de ontwikkelingen in de wetenschap erop dat we inmiddels via die rationele weg weer naar de oude, mystieke inzichten terugkeren). Dat proces van ‘ontwaken’ van het menselijk bewustzijn, waarbij het magische denken (waarin alles en iedereen met alles en iedereen is verbonden in xe9xe9n grote collectieve trip) is ingeruild voor het moderne rationalisme en individualisme, is door de grote socioloog Weber ook wel de “onttovering van de wereld” genoemd. Ongetwijfeld hebben psychedelica hun aantrekkingskracht mede te danken aan het feit dat ze deze onttovering doorbreken en het moderne individu weer laat smaken van een betoverde wereld…

  9. Voor hen die een website over Schopenhauer zoeken:

    http://www.schopenhauer.org/ml/

  10. Prachtig stuk!

    Erg mooi omschereven en ik ben het met veel dingen eens.
    Ik kan mezelf en mijn eigenstandpunten erg goed terug vinden in deze tekst.
    Bedankt hiervoor!

  11. denk je dat ik dit ga lezen!?
    wtf weet je hoe f*cking lang dit is….
    hebben julie niet een korte samenvatting???
    nou. niet bedankt hiervoor! :@
    mag ik weer een uur verderzoeken
    sh*t zooi

  12. Drent mijn jongen, voordat je asociaal en nutteloos begint te lullen hier over dat meneer een korte samenvatting wil, ga eens lekker aan mijn grote worst zuigen, doe je nog eens iets nuttigs.. Deze informatie die hier staat is niet bestemd voor zo’n domme boeren jongen die nog nooit een keer is verhuist en z’n MBO’tje over 5 jaar pas heeft.

    Dit is voor mensen die al ietsje, pietsje, verder zijn in het leven als jouw.
    Dus zoek jij lekker verder naar die samenvatting.

    DOMMME SUKKEL

    Ah dat moest er ff uit :) heerlijk

    Md.

  13. ja lozer.
    ontwikkel jezelf zodat je dit met plezier leest
    dan leef je ergens voor
    sterf in je kapitalisme

  14. Schitterend artikel! Zeer interessante standpunten heb je. Ik ben wel van mening dat je misschien iets te veel uiteenlopende informatie bij elkaar hebt gezet.
    Maar erg veel dank!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*


*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>